4. jun, 2022

De teloorgang van het onderwijs

Het onderwijs is meer “onder” dan “wijs”

Waarom vertrekt een gedreven leerkracht, vol liefde voor zijn vakken, vol bekommernis voor zijn leerlingen, vol overtuiging van zijn opvoedingsproject en met grenzeloze inzet voor zijn school na 40 jaar uit het onderwijs? Hij werd “eruit gepest en geperst”.

Toen ik in 1970 startte, nauwelijks 20 jaar en zo groen als wat, komend van de Normaalschool, was er nog geen onderwijs of toch zeker geen opvoeding zoals die vandaag de dag gebezigd wordt. Onze kinderen moesten studeren, huiswerk maken, toetsen leren, examens passeren. En daar kregen ze een cijferrapport voor. En wij leerden ze Frans, geschiedenis, Latijn … ook met vallen en opstaan, maar steeds vonden we een collega die ons, het jonge geweld weer, op het goede pad kreeg.

Na bijna 40 jaar werd ik eruit gepest en geperst. Ik was geen leerkracht meer maar een begeleider, ik mocht niet streng zijn maar moest vriendelijk blijven, ik mocht ouders en kinderen de waarheid niet meer zeggen maar zo omfloerst mogelijk slechte boodschappen brengen. Er kroop meer tijd in administratie dan in lesgeven.

Ik organiseerde reizen naar Rome, Londen en Parijs, tijdens mijn eigen vakantie. Ik stond klaar voor mijn school en mijn school voor mij, ook al werd het secretariaat slechts bemand door één pater die personeel en boekhouding deed. Speelplaats of refterbewaking? Dat was voor de hulptroepen, de studiemeesters-opvoeders. Maar we waren gelukkig en bakten samen in de internaatskeuken spek en eieren na een ouderavond.

En dan kwam het onderwijs in troebel water terecht: dat van de politiek. Neen, geen ideologische oorlog zoals de schoolstrijd van de jaren ’50. Neen in het gewoel van de geldingsdrang van de verschillende onderwijsministers. Elke minister wilde persé in de geschiedenisboeken met een of andere hervorming. Het begon met het VSO, het docimologisch experiment, de basis-extra werking, het inclusief onderwijs, werken met doelstellingen tot het gedrocht van de eindtermen. Allemaal uitgevonden door mensen, advocaten en economisten zonder kennis van het onderwijs en zonder de mensen te raadplegen die er met beide voeten in stonden. Mijn leerlingen leerden vroeger geschiedenis met een leerplan van vier A4’tjes, de politiek heeft geoordeeld dat het nu een kanjer van 50 pagina’s moet zijn waarover in de onderwijscommissie van het Vlaams Parlement op leven en dood gediscussieerd werd.

Ondertussen werden onderwijs mensen belast met alles en nog wat; vriendschapsdagen, opendeurdagen, remediëring, reftersurveillantie, speelplaats, opvang. De studiemeesters van toen bemannen en bevrouwen nu een schoolsecretariaat, een overvol ‘schoon verdiep’ en hebben het daar druk druk druk. Elke school heeft zelfs drie directeurs. Elke scheet in een fles moet gerapporteerd worden, op papier gezet en elke leerkracht moet tijdens het weekend de elektriciteit uitschakelen om van Smartschool verlost te zijn. Ouders maken wel nog kinderen, maar daar blijft het bij. Opvoeden, grootbrengen, manieren leren, studeren, dat is werk voor de school. Ouders moeten zorgen voor … qualitytime. En de jongeren zweren bij hun smartphone en Wikipedia, en tussendoor nog wat zever met TikTok

Toen ik in 2007 de kans kreeg om “gedetacheerd” te worden van het onderwijs naar het Vlaams Parlement, deed ik dat alleen uit vriendschap voor Veerle Heeren. Ik trok naar de politiek, ging me moeien met het rattennest die het onderwijs zo verkloot had. En kon daar ook niks veranderen en dat knaagt. Ik kwam van de regen in de drop.

Nu ben ik content dat er zoiets bestaat als … pensioen. Ik kijk vol bewondering naar die mensen die, ondanks de rotzooi die de politiek en de ouders van de school maakten, toch nog onderwijs proberen te geven.