Staat het Nederlands onder druk?

2. apr, 2022

“Iedereen zijn eigen taal” lijkt zowat het motto te worden van elke Vlaming en Nederlander. De Antwerpse leerkracht of politicus is zo fier op zijn wereldtaal, dat hij ze in het parlement of voor de klas bezigt. Hun West-Vlaamse collega’s zijn fier op hun speciaal accent, Limburgers zijn er fier op dat niemand weet wat een “vutsel” is, in soaps en Tv-programma’s wordt een allegaartje dat op Nederlands lijkt gebruikt en op de Nederlandse televisie ben je verplicht onderschriften te gebruiken om hun brabbeltaaltje nog enigszins te verstaan.

En dan zijn er wetenschappers die zich buigen over het schrijnend achteruitgaan van het Nederlands. De reden ligt voor de hand: waarom een taal leren die nergens gesproken wordt. Daarvoor heb ik geen dure enquête nodig en moet nergens een team een bevraging onder honderden Vlamingen gaan epileren … om dan hun bevindingen in een schabouwelijk Nederlands te komen verkondigen.

De dood van het Nederlands is lang geleden al ingezet, toen de bollebozen uit het lager onderwijs vonden dat “spraakkunst”, de kunst van het spreken en schrijven, overbodig werd. Zinsleer en woordleer werden op de schop gezet want te moeilijk om fatsoenlijk uit te kunnen leggen? Of om te begrijpen, terwijl in elke andere taal nog grammatica gebezigd wordt. Het lager onderwijs leverde leerlingen af die niet wisten wat een onderwerp was, laat staan een meewerkend of handelend voorwerp. De slimste exemplaren van die onwetenden moeten dan in het middelbaar Latijn gaan leren en spelen met nominatief, datief en ablatief zonder enige voorkennis en met een nomenclatuur die nergens anders gebezigd werd dan in ons lager onderwijs.

De dood van het taalonderricht is lang geleden al ingezet toen taal ondergeschikt werd aan techniek en wetenschap. Niet gelijkwaardig, ik herhaal ondergeschikt. Want wat was de toekomst van deze wereld, en die toekomst kon enkel geschreven worden in het Engels. Ging het Engelse taalonderricht er dan op vooruit? Zeer zeker niet. Onze taalkennis is blijkbaar zo ruim dat een Duitse voetbaltrainer in het Engels geïnterviewd wordt, niet in onze derde landstaal. Arme journalisten toch, die nochtans met taal hun boterham verdienen.

Nederlanders spreken zelfs geen Nederlands meer. Zonder taal geen communicatie en zonder communicatie ook geen wetenschap of vooruitgang. En of die communicatie optimaal is door het gebruik van een eigen patois, een eigen boeventaaltje durf ik te betwijfelen. Een dom voorbeeld: ik belde onlangs naar de helpdesk van Telenet en kreeg een vriendelijke Hollandse dame aan de telefoon wiens uitleg voor mij totaal onverstaanbaar was. Ik werd dus niet geholpen omdat mijn telefoon nog geen teletekst of onderschriften heeft. Een Hollands cabaretier kan zijn betoog even goed in het swahili houden, zonder de ondertitels spreekt hij buitenaards. Zo on-Nederlands is Nederlands geworden.

Een degelijk correct taalgebruik is dood en begraven. En dan spreek ik van al die taalverkrachters die hun gal moeten spuwen op alles en iedereen waarmee ze aan de Facebooktoog niet akkoord zijn. Een taalfout maakt iedereen, de perfectie is nauwelijks bereikbaar, en daar is niks mis mee. Maar het foutieve taalgebruik het is het bewijs dat niemand nog een opmerking naleest alvorens ze op het forum gezwierd wordt. Of dat niemand het nog belangrijk vindt om correct te spreken of te schrijven, om Nederlandse woorden te gebruiken als die bestaan. Internettaal, chattaal, citétaal, tiktoktaal, en Facebookgewouwel, overgoten met een superieur Antwerps sausje of een nostalgisch “bachten de Kuppe” toets, want de Limburgse zangerigheid is enkel goed om er flauwe mopjes over te maken, elke generatie met zijn eigen accenten, elke regio met zijn eigen toonaarden, elke Vlaming en Nederlander met zijn eigen goesting: het Algemeen Nederlands is dood en begraven. Zelfs een instituut als Van Dale gaat mee het graf in. En dat is niet alleen de fout van het onderwijs, moest daarover nog twijfel bestaan.