Een wandeling vol zalige rust

Grijs einde
De peren dragen hun grijze pak
Als voorbode van de lente
Ze staan er in begrafenissenfrak
Te wachten op de insectenventen.
 
Die, gelokt door dodelijke seksuele vallen
Zich wagen aan onbekend vrouwelijk schoon
En sneuvelen met tien- en honderdtallen
Een wrede dood, dat is hun loon.
 
Maar daarbuiten was Vechmaal een en al rust, weinig wandelaars, prachtige vergezichten,majestatische boerderijen, een dorp dat rijkdom etaleert in al zijn eenvoud en gastvrijheid