Broeder Arsène is definitief vertrokken naar Onze-Lieve-Vrouw

Wie kent Broeder Arsène Martens niet? Geboren in Helshoven, voor schoenmaker geleerd en uiteindelijk broeder geworden bij de Assumptionisten. Hij verliet deze wereld vorige zondag, in alle vroegte en in alle stilte. Maar zo had hij wel niet geleefd!

De broeder was op de eerste plaats geestelijke. Bidden was zijn leven, God zijn toeverlaat en Maria zijn beschermvrouw. Is dat niet normaal als je in de schaduw van de kapel van Helshoven geboren bent?

Hij was ook een kindervriend, die zich bekommerde voor de kindjes van het lager onderwijs die om een of andere reden op pensionaat moesten, en bij wie verdriet en heimwee normaal waren. Hij troostte ze, ging met hen bidden aan de Lourdesgrot in het park, vertelde verhalen voor het slapengaan en beschermde ze als een “kloekhen” haar kuikens. Hij was de niet-gediplomeerde pedagoog waar vele bollebozen een punt aan konden zuigen omdat je kinderen niet opvoedt met regeltjes en eindtermen, maar met liefde en genegenheid.

Helshoven herboren
Zonder Arsène zou Helshoven een triestig gat gebleven zijn met een verloederde kapel. “De kapel was verlaten en de regen gutste door het dak en het plafond naar binnen”, vertelde broeder Arsène ooit aan de krant. Voor de broeder begon een ware kruistocht. Hij liep de deur van plaatselijke politici plat, klopte aan bij ministeries in Brussel, moest vijf ministers passeren om de dossiers rond te krijgen, maar hij hield vol. “Soms kwam ik wenend van Brussel terug, omdat ik van het kastje naar de muur werd gestuurd”, zegde hij met toen tijdens een interview voor Het Volk. En wat is Helshoven nu? Een aantrekkelijke toeristische trekpleister met tal van horecagelegenheden: hij maakte van Helshoven het centrum van het Zuid-Limburgse Mariale leven. Zonder middelen evenwel, de gemeenten Sint-Truiden en Borgloon perfect tegen mekaar uitspelend om gedaan te krijgen wat moest gebeuren op van zijn Onze-Lieve-Vrouw van de Blijde Vrede een hotspot te maken voor geloof en toerisme.

Lourdes, een bijhuis van Helshoven
De broeder was ook vaste klant in Lourdes. Hoeveel keer hij er geweest is? 70? 90? Meer dan 100 keren? In augustus 2008 vertrok hij voor de 200ste keer! Heel Lourdes kende Arsène en Arsène kende heel Lourdes. Duizenden mensen heeft hij naar de grot begeleid, geholpen met het vullen van flesjes gewijd water uit de bron, bijgestaan met hun intenties, verlangens, vragen en verzuchtingen, want naar Lourdes ga je niet om niets te vragen.

Een Poolse paus in Helshoven
Toen paus Johannes-Paulus II op bezoek kwam in ons land, stond Arsène ook op de eerste rij. Met zijn miraculeus Onze-Lieve-Vrouwbeeldje, om het te laten zegenen door de Poolse paus Karol Woityla. Maar Polen zijn gewoon van te krijgen en niet van te geven, en dus dacht de paus dat het beeldje voor hem besteld was. Maar dat was zonder Arsène gerekend: hij liet zich door zijne heiligheid niet beroven van Lieve-Vrouw. De Poolse Paus kreeg dan een standbeeld voor de kapel van Helshoven, wat het gebouw meteen tot een bedevaartplaats maakte voor de honderden Poolse plukkers in Haspengouw. Een businessplan waar economen nog van kunnen leren! Toen de paus overleed in … riep de massa op het plein van het Vaticaan “Santo subito” (dadelijk heilig) om een vlugge heiligverklaring van de paus te bekomen. En er werd geluisterd naar de massa

De koningin komt
Alles voor de kinderen, dat was de idee van Arsène toen hij startte met de Cross der Jongsten, een initiatief waar hij een ganse school, middelbaar inbegrepen, voor de kar spande om te trekken en achter de kar om te stoten. Met een microwagen was dat geen paarse buggy?) werd gans Zuid-Limburg wakker geschud uit zijn winterslaap en honderden jonge lopertjes naar Zepperen gelokt voor een wedstrijd waarbij iedereen winnaar was: de kinderen, de school, de sport … en Arsène. De broeder was zo koningsgezind dat hij het koningspaar inviteerde voor de tiende Cross de Jongsten in 1988. Koningin Fabiola verscheen uiteindelijk, want koning Boudewijn had even daarvoor ene zekere Happart uit Voeren ontmoet naast de E40 in Wallonië en dat was Vlaamsgezinden in het verkeerde keelgat geschoten. Zij dreigden met acties en uit voorzichtigheid bleef de vorst in Brussel. Maar Fabiola was er wel, want met zijn overtuigingskracht, doorzettingsvermogen en geloof kon hij bergen verzetten. Dan is een koningin maar klein bier.

Met vlag en wimpel op de trappen
Toen op 31 juli 1993 koning Boudewijn schielijk overleed in het Spaanse Motril aan de Costa del Sol, was Brussel te klein. Met tienduizenden stonden ze in de rij om de vorst een laatste groet te brengen, het Rode Kruis, moest water uitdelen om de wachtenden te behoeden voor uitdroging, nooit gezien in België. Ook Arsène trok naar Brussel, niet om 12 uur te wachten in de lange rij voor op het Koningsplein, maar om te bidden. De foto van een biddende Arsène, geknield op de trappen van het koninklijk paleis, met voor zich de vlag van de Cross der Jongsten gedrapeerd, ging de wereld rond: ANP, Reuter, BELGA, … ze kenden allemaal plots Broeder Arsène, de Cross der Jongsten, Zepperen. Kort na de dood en de appreciatie van de paus voor de strijd van Boudewijn tegen abortus kwam zelfs de heiligverklaring van de Belgische vorst in het nieuws. Maar de mirakels ontbraken voor dergelijke canonisering.

Santo subito
Met Arsène verliest de wereld een groot stuk van zijn eenvoud, eerlijkheid en tomeloze inzet voor de goede zaak. De broeder was dat allemaal. Zijn grote droom ooit de nieuwe kluizenaar te worden in Helshoven heeft hij nooit kunnen realiseren. Maar dat doet niets af aan mijn vraag: is broeder Arsène Martens geen man om op zijn begrafenis zaterdag aanstaande “santo subito” te roepen, want heiliger dan hem ben ik er nog nooit tegengekomen. Elke morgen vroeg hij aan mijn vrouw die hem ’s morgens ging verzorgen -hij noemde haar zijn moederke, ook al was ze 25 jaar jonger- om het briefje van de scheurkalender te halen en te zeggen welke heilige het die dag was. Vanaf nu hoort hij er verdorie zelf op te staan!