24. mei, 2021

Twee maanden geleden hebben we onze zus begraven. Volgens de regels: met 15 en gemaskerd en allemaal op anderhalve meter van mekaar.

We hebben 70% van de familie moeten thuislaten, 100% van de collega’s en vrienden mochten zelfs geen afscheid nemen. We hebben onze doden moeten begraven als een dief in de nacht, zonder wierook en wijwater. En dat deed pijn. Verdomd veel pijn.

En dan zag ik gisteren de meute Brugse supporters, die met de goedkeuring van de burgemeester en de politiecommissaris met enkele duizenden bijeen, zonder afstand, zonder bescherming en schreeuwend en kussend het virus aan mekaar doorgaven. En in gans Brugge lag er geen kat van wakker. Ook niet in West-Vlaanderen. Want ze waren toch kampioen! Beschamend, ronduit hemeltergend. Van de pot gerukt. Crimineel! 

Waar was nu mijnheer Coens om met zijn vermanend schoolmeerstersvingertje te wijzen op zijn foute burgemeester? Waar was de Vlaamse minister van Binnenlandse zaken, mijnheer Somers, met zijn uitspraak “Dit gaat mijn begripsvermogen te boven”. Waar was de verenigde oppositie in Brugge om burgemeester en commissaris aan de schandpaal te nagelen? NERGENS!

In vergelijking met deze wandaden is de fout die men Veerle Heeren aansmeert een zeer kleine dagelijks zonde, een politieke afrekening van de oppositie, van de coalitiepartners, van de Limburgse pers en misschien zelfs van de eigen partij! Waar zijn nu de honderden would-be politicologen en dito virologen die op facebook afrekenden met een getormenteerde vrouw en moeder.Dus, weg met al die Coensen, Somersen en facebookvervuilers. Als zij de zogenaamde “maatschappij” zijn waartoe ik behoor, dan heeft Jürgen Conings gelijk: op de schop ermee, want dit is niet mijn maatschappij.