Shoppen in Hasselt

5. jul, 2020

J'accuse...! ("Ik beschuldig...!") is de titel van een publicatie waarmee de schrijver Emile Zola in 1898  Frankrijk beroerde met een vlammend pamflet in verband mlet de Dreyfusaffare

Maar ook ik durf schrijven "j'accuse", na hetgeen men mij in Hasselt voorschotelde.

Het was er eerste zondag van de maand, net als overal in Limburg, en dus koopzondag, weliswaar niet als overal! Wat doet een brave huisvader op zo'n dag: hij trekt met vrouwlief richting Demerstraat en Koning Albertstraat op zoek naar 'dingen die we nodig hebben'. Nu is Hasselt wel degelijk een gezellige shoppingstad, en dat moeten meer mensen gedacht hebben: het was er net niet over de koppen lopen, ondanks een dreigende hemel. Vanop het balkon van het appartement van mijn zoon in de Demerstraat had ik eerst het schouwspel even gade geslagen, vanuit de hoogte, alvorens we zelf op jacht gingen.

Zij: "En we gaan onze mondkapjes aandoen"

Ik: "Zeg, ik heb er geen enkel gezien vanop het balkon.

Zij: "Dat is geen reden, aandoen!"

Ik: "Maar we gaan ons ongelooflijk belachelijk maken."

Zij: "Liever belachelijk dan corona. Aandoen."

Einde discussie, en ik wrong het stoffen onding, door mijn vrouw zelf genaaid,voor mijn neus, onder mijn bril door. Die sloeg  al meteen aan, maar voor we op het gelijkvloers waren was mijn bril die ongezellige situatie ook meester.

We trokken de stad in. De stad? Neen, de Far West. De shoppers hadden alles mee wat een moderne mens moet mee hebben: smartphone, zonnebril (in het haar), oortjes en koptelefoons (in de oren of rond de hals), de hond of een kinderkoets. Maar geen mondmasker. Geen enkel.

Ik: "Hier staan we nu en we hebben meer bekijks dan de straatmuzikanten."

Zij: "Hou op met zagen, ge hebt het nu aan, hou het aan."

Ik: "Maar we maken ons ongelooflijk belachelijk."

Zij: "Liever belachelijk dan corona. Aanhouden."

We waren de enigen in de drukke Demer- en Koning Albertstraat. Chapeau voor de winkeliers: genoeg richtlijnen en gels ter beschikking, in- en uitgangen goed gescheiden en aangeduid en op de straat twee kerels in bleekbruine uniformen die slechts twee woorden kenden: rechts houden.

En dat deed niemand! Rechts houden, dat doe je op Mars, maar niet in Hasselt. We kregen voortdurend tegenliggers (zonder masker). Niemand trok zich iets van de  in- en uitgang van de winkels aan, men bleef met enorm uitgebreide bubbels staan leuteren op de trottoir, men hoestte in je nek. Kortom, er is in dit land niks meer aan de hand, zo bleek uit het Limburgs koopgedrag. Dat was toch zo in Hasselt.

Toen ik al mijn journalistieke moed bijeenraapte en iemand aansprak, was dat toch geen Truienaar, die zijn eigen stad aan 't bedriegen was. 

Ik: "En mijnheer, voelt u de nood niet om een mondmasker te dragen?"

De Truienaar: "Hei djéë dowe affaire bè?"

Ik: "Eigenlijk niet, maar jij hebt toch ook twee maskers van de stad en één van de federale overheid gekregen."

De Truienaar: "Dei van de stat zen gin kloewete weid. En op dei van de stoat ben ich ant wachte tot ze ze breinge."

Ik: "Maar het is voor uw en vooral voor de veiligheid van anderen!"

De Truienaar: "Kust mich men oer. En et djéë gezien wei belachelek da djéë ter aat ziet?"

Ik: "Liever belachelijk dan corona"

Een mens leert zijn les soms erg vlug.

Maar ik besschuldig die honderden shoppers die hun botten aan elke regel, elke wegwijzer en elke richtlijn lappen omdat ze er lak aan hebben, senioren en jongeren. Een uur shoppen van de kleine ring tot de kleine ring leverde welgeteld vijf mondmaskers op, die van ons inbegrepen. Zitten al die mensen dan echt te wachten op toestanden zoals in Segrià (Catalonië, Spanje) en Vicenza (Veneto, Italië) waar ze met de gebakken peren zitten en weer in lockdown gaan.

J'accuse! Tout le monde!