23. mei, 2020

Sinds 23 mei 2019 staat de wereld stil.

 

Na meer dan een jaar van het ene ziekhuis naar het andere, van Sint-Truiden naar Leuven, terug en weer terug, heeft onze moedige dochter Miet op 23 mei 2019, precies één jaar geleden, haar strijd verloren tegen de ziekte, een strijd die ze niet kon winnen.

Hart- en nierfalen bonden haar vast aan de nierdialyse, de ziekte van Coats+ veroorzaakte haar dood.

En dan sta je daar, aan het doodsbed van je dochter, van het liefste in de wereld wat er bestaat. Het kind waarvoor je gevochten hebt toen blindheid dreigde, het kind dat je grootbracht tot het op eigen benen kon staan, het kind dat de zekerheid had telkens weer op mama en papa terug te kunnen vallen zeker in moeilijke tijden als je grote liefde het voor bekeken houdt in België en weer naar zijn “America” trekt, “homesick” op een ogenblik dat zij doodziek was.

Ik heb nog nergens gelezen hoe een ouder zich op zo’n ogenblik voelt. En ik weet ook waarom. Dat gevoel is gewoon niet te beschrijven, daar zijn geen woorden voor tenzij de gemeenplaatsen zoals ‘sterkte’, ‘je moet het een plaats geven’, het ‘slijt wel’, ‘trek je op aan de mooie herinneringen’. Het ergste is dat, als je het zelf meemaakt, dat gevoel ook niet kan beschrijven, en nochtans zit ik om een woord, een zin of een pagina tekst niet verlegen. Maar het verlies van een kind verwoorden, uitleggen hoe dat op je werkt, en proberen ermee te leven, daar is nog niemand in geslaagd. Niemand kan me uitleggen waarom mijn kind meer dan een jaar geleden heeft om uiteindelijk toch dood te moeten gaan. Niemand kan me de pijn van een ouder uitleggen tijdens zijn dagelijkse toch naar Leuven om dan het pijnlijkste mee te maken: je kind dat lijdt. Niemand kan me uitleggen dat je kind weg is, ook al zou de dood verlossing moeten gebracht hebben.

Neen, na een jaar en tientallen gesprekken met een psycholoog, hoe zinvol die ook waren, sta ik nog steeds op dezelfde plaats, met hetzelfde verdriet, met dezelfde pijn als vorig jaar. Na een jaar is elk bezoek aan haar graf een marteling, en als je door je verzameling digitale foto’s heen gaat die je in honderden plaatjes een levenslustige, joviale, sociaalvoelende en plichtsbewuste dochter tonen, dan sterf je zelf een heel klein beetje. Tot, zoals Toon Hermans het zegde, alle beetjes op zijn, en je eindelijk naar haar mag!

Ik las dit jaar op een muur in het dorpje Doel aan de Schelde:

Later, als de vele mooie herinneringen
De plaats van ons verdriet hebben ingenomen
Zullen we misschien kunnen verwoorden
Wat we nu enkel met tranen kunnen zeggen...

Ik vond nergens betere woorden dan deze.